Waarvoor gebruik je voervis?
Om een stek op te bouwen. Snijd de vis in stukken en leg ze op de plek waar je gaat vissen. De olie en het bloed komen langzaam vrij en trekken eerst witvis aan, en daarna de snoek en snoekbaars die daarop afkomen. Het werkt het beste als je een paar dagen achter elkaar dezelfde plek voert.
Waarom stukken en geen hele vis?
Omdat een opengesneden vis veel sneller geur afgeeft dan een hele. De huid houdt de olie binnen; zodra je snijdt komt die vrij. Bovendien zijn stukken goedkoper per kilo dan gesorteerde hele aasvis, en voor voeren maakt het uiterlijk niet uit. Wat je aan de haak doet is een ander verhaal.
Hoeveel leg je neer?
Minder dan je denkt, zeker in koud water. Een handvol stukken per stek is genoeg om geur te maken zonder de vis te verzadigen. Voer je te veel, dan vindt de snoek genoeg op de bodem en heeft hij jouw aas niet nodig. Vul liever elke dag een beetje aan dan in een keer alles.
Wat gebruik je erbij?
Meng de stukken door doodaas grondvoer voor een breder geurspoor. Op afstand breng je het weg met een spod of spomb, dichterbij met een katapult. Voor het snijden en mengen staan de scharen en messen en de emmers klaar.